|
![]()
Begroeting |
|
|
|
| Impressum | Feedback | Gastenboek 1 | Gastenboek 2 | Inhoud | |
||
|
Het karakter van de Beauceron.Hoe is een Beauceron nu eigenlijk? In heel wat boeken staan nogal wat sprookjes over hem; zijn agressiviteit zou zo goed als gelijk zijn aan die van een Rottweiler; als men zijn kinderen op hun kop geeft, dan kan men hem beter wegsluiten, omdat hij hen beschermen wil, zijn een paar voorbeelden van zulke sprookjes. Hij is dominant, hij bijt alle vreemden, maar hij is vriendelijk voor kinderen, men kan hem niet in een huurwoning in de stad houden, zijn andere beschrijvingen.Zeker, veel daarvan is waar, maar het andere is complete onzin. Volgens de rasstandaard moet hij rustig en moedig zijn; alle honden, die zonder reden afressief, angstig of overdreven schuw zijn, moeten op tentoonstellingen gediskwalificeerd worden. Ook buiten de showring is een Beauceron die zich zo gedraagt, een gevaar voor zijn omgeving. Maar op een tentoonstelling heeft men een goede gelegenheid om de toekomstige moeder, en als men geluk heeft ook de vader, van zijn hond te bekijken, want tentoonstellingen vormen een bron van stress voor de honden. Toch moet men ook een bezoek bij de fokker thuis in overweging nemen. De honden gedragen zich daar vaak heel anders. ![]() De Beauceron is niet meer of minder agressief dan de Rottweiler, want beide rassen, als ze met verstand gefokt worden en goed gesocialiseerd, zijn niet gevaarlijker dan andere grote honden. Zij hebben normaal gesproken een hoge prikkeldrempel en zijn niet zo snel uit hun evenwicht te brengen. Het spreekt vanzelf dat er altijd weer bekende uitzonderingen zijn, maar het behoort niet tot de rasstandaard of het wezen van de hond. Opvoedingsfouten zijn hier net zo schuldig als foute socialisering door de fokker. Door de verschillende fokdoelen zijn er ook in het karakter grote verschillen. Sommige Beaucerons zijn tegenover vreemden meer terughoudend dan andere. Het precies zo met de bereidheid tot verdediding van het gezin, het huis en het erf, die bij de ene hond meer uitgesproken is dan bij de andere. In de hierna volgende voorbeelden kan ik alleen vertellen over de ervaringen die ik met mijn eigen honden heb opgedaan. Maar een goede fokker zal graag bereid zijn, het karakter van zijn hond(en) uit te leggen. 1. Voorbeeld Mijn eerste hond Aaron is een Beauceron die volgens mij een beetje van het gewenste karakter afzit. Van het begin af aan waren mensen voor hem het belangrijkste. Zelfs mensen die voor hem volledig vreemd zijn, worden door hem vriendelijk besgroet. Hij is zelfs een keer de straat over gestoken, omdat hij de mensen aan de overkant wel mocht. Nooit heeft hij geprobeerd een onbekende bezoeker te stellen of er tegen te grommen. In tegendeel, bij een ietwat angstige vriendin is hij zelfs demonstratief op schoot gekropen en heeft met haar geknuffeld om haar te bewijzen, dat hij haar echt geen kwaad wilde doen. Aaron schenkt bij deze mensen geen aandacht aan hun angst en maakt van die angst geen misbruik. Er zijn honden, die als ze de angst van mensen aanvoelen, die nog banger maken en ze dan toe grommen of iets dergelijks. Aaron is zeker heel nieuwsgierig en hij inspecteert elke tas, maar dat alleen om het ontbijt te vinden. Aaron heeft ook niet erg een hoede instinct. Toen hij nog een pup was, was hij zelfs bang voor schapen. Eenmaal volwassen heeft hij dan toch geprobeerd om de schapen achter het hek op de dijk te hoeden. Het was maar goed dat hij niet naar binnen kon. Vanaf de andere kant van het hek dreef hij de schapen verschillende kanten uit en hij scheen daarop erg trots te zijn. In de meeste gevallen interesseert het hem ook niet waar, tijdens een wandeling, de rest van de familie uithangt. Voor hem is de hoofdzaak dat hij weet waar ik ben. Als we thuiskomen, is hij het meest blij om mij weer te zien. Bij de andere gezinsleden is de vreugde meestal snel voorbij. Slechts een paar speciale personen worden door opspringen stormachtig begroet. Wegens zijn grote heb ik hem zo opgevoed, dat hij niet tegen mensen opspringt, daarom blijft het meestal bij het strijken langs de benen, zoals een kat dat doet. Doet men dan een stap opzij, dan valt hij bijna om. Ook mag men niet vergeten, dat hoede en jachtinstinct bijna hetzelfde zijn en dat jagen altijd kan voorkomen. Aaron probeerde als jonge hond altijd de meeuwen op de dijk te vangen. Ook nu slaat hij ze nog graag gade, ook al weet hij intussen wel, dat hij ze niet te pakken krijgt. ![]() Bij ons thuis wonen ook nog twee katten, die hij volledig heeft geaccepteerd. Dat betekent echter niet, dat hij nu alle katten mag. Wee de kat die op ons terrein komt. Zo is bij hem dus toch nog een zekere mate van territorium drift aanwezig. Ook katten en hazen in de vrije natuur zijn voor hem altijd weer de poging waard. Aaron heeft jacht instinct in de aderen, maar dat is over het algemeen goed onder controle te houden. Hij onthoudt ook altijd de plaats waar de kat of haas verdwenen is en op de terugweg controleert hij die toch altijd nog even. Wat me altijd weer verbaasd is Aaron's rechtvaardigheidsgevoel. Alhoewel hij het, door een betreurenswaardig voorval in zijn puppy tijd, niet zonder meer met alle goudkleurige honden kan vinden, grijpt hij bij extreme verhoudingen in de meute in en verdedigt de zwakkere, zelfs als dat zo'n lichte hond is. Komt hij echter honden tegen die bang voor hem zijn, alhoewel hij ze niets gedaan heeft, neigt hij er toe om die honden te plagen. Hij ziet er dan uit of hij daarom moet lachen. Ik moet hem dan streng tot de orde roepen. Als echter een andere hond tegen hem doorgaat, accepteert hij dat en is de zaak voor hem afgedaan. Ook schijnt hij aan te voelen, wanneer een andere hond niet het juiste sociale gedrag vertoont. Hij demonstreert dan zijn absolute dominantie door zijn kop op de rug van de andere hond te leggen of hem te bestijgen. Hij doet dat, ondanks het feit, dat wij mensen geen bijzonder gedrag bij de andere hond konden vaststellen. Later blijkt dan, dat hij het bij het rechte eind had. Alhoewel Aaron dominant is, is hij geen vechtersbaas. Hij regelt ontmoetingen met andere honden werkelijk volgens de honden regels. Als hij los loopt, hoef ik me bij hem zelden zorgen over een vechtpartij te maken. Het is fascinerend om te zien hoe de honden hun signalen doorgeven, precies zoals beschreven wordt in 'Calming Signals' van Turid Rugaas. Ranghogere honden gaat Aaron met afgewend hoofd tegemoet en hij gaat in een grotere boog om ze heen. Wordt hij door hun op zijn plaats gezet, dan accepteert hij dat en gaat ze uit de weg. Aan de lijn, heeft hij, zoals de meeste honden, het probleem van een 'grote mond'. Hij laat zich echter toch intomen en men heeft hem snel weer onder controle. Hij mengt zich slechts in het uiterste geval in een gevecht tussen andere honden, namelijk slechts dan, als de tot zijn roedel behorende hond zonder reden wordt gegrepen. Als deze het gevecht uit zichzelf is aangegaan, houdt Aaron zich als toeschouwer afzijdig. Dit gedrag kon ik eens waarnemen toen Aias een vechtpartij was aangegaan en een tweede hond zich er ook mee bemoeide. Ik had slechts de gedachte Aaron op te vangen, zodat hij zich er ook niet in kon mengen, maar dat bleek niet nodig. Hij stond gelaten naast mij het spectakel te bekijken. Zo kon ik hem afleggen en mijn puberende jonge reu uit de bende bevrijden. Die wilde vervolgens gedragen worden, omdat hij verslagen was. ![]() Aaron heeft geen uitgesproken waakdrift. Als er wordt gebeld, maakt hij een enorm kabaal. Alsof het dan nog nodig is te blaffen, de bel heb ik zelf ook gehoord. Als de deur geopend wordt, begint de begroetingsceremonie. 's Nachts ziet het er echter anders uit. Ik durf niet te beweren, dat een inbreker vriendelijk wordt begroet. Maar, omdat nog niemand heeft geprobeerd in te breken, kan ik daarover niets vertellen. Beschonken mensen mag hij niet bijzonder graag, vooral als bij een avondwandeling iemand die te diep in het glaasje heeft gekeken ons met waggelende gang tegemoet komt. Hij geeft dan merkwaardige geluiden, die je niet echt als grommen kan aanmerken. Voor mij klinkt het meer alsof hij onzeker is en probeert de situatie in te schatten. Ik probeer dan altijd zo te doen, alsof alles in orde is en mijn stem normaal te laten klinken. Tot dusver is nog niemand dichterbij gekomen, hetgeen men dan waarschijnlijk eerder op de imposante maat terug kan voeren. Vaak spreken de mensen mij vriendelijk aan en zeggen,. Dat ik met zulke honden zeker door niemand zal worden overvallen. Aaron is geen makkelijke hond, en zeker niet voor iedere hondenbezitter de juiste hond. Als jonge hond heeft hij vaak gekeken hoe ver hij kon gaan. Door mensen die niet in staat waren hem te laten doen wat ze van hem wilden, laat hij zich niet veel zeggen. Hij betwijfelt de juistheid van de aanwijzingen en wil zijn eigen zin doorzetten. Lukt het iemand echter, dan werkt Aaron ook met die begeleider bij de opleiding tot reddingshond. Maar ook alleen maar, als ik niet in de buurt ben. Dan gaat hij ook niet met iedereen mee. Het is dan echt zwaar om deze 70 cm grote en 42 kg zware hond ervan te overtuigen, dat hij te gaan heeft. Ik geloof niet, dat het mogelijk is om Aaron zonder veel tegenstand te stelen. Aaien, ja, maar meegaan, nee! ![]() Men hoort steeds weer over wagenziekte bij honden. Aaron is er ook zo een, omdat hij tot we hem bij de fokker ophaalden, nog nooit in een auto had gezeten. Omdat het niet te voorzien is bij wanneer hij wel en niet ziek wordt, kon ik hem geen medicijnen geven. Vaak konden we twee uur rijden en er gebeurde niets, een andere keer kwamen we slechts tot de volgende straathoek en dan was het al gebeurd. Dus heb ik het probleem genegeerd, ogen dicht en doorrijden. Maar ook nu nog zit Aaron niet graag in de auto, maar er gebeurt niets meer. Daarom had ik geen problemen hem eraan te laten wennen alleen thuis te zijn. Hij blijft liever thuis, dan vaker dan nodig in een auto te stappen. Toch verdedigt hij de auto driftig tegen indringers. Nooit zal iemand mijn auto stelen of mijn kinderen inde auto lastig vallen. Dan en alleen dan, toont hij duidelijk waak- en beschermingsdrift. Helaas is dat tijdens het rijden nogal lastig en wij werken er met krachtig aan. Gevoelig? Ja, ook dat is Aaron, alhoewel ik er in het begin van overtuigd was, deze hond niet. Hij toont het alleen niet zo duidelijk. Hij is, zoals andere honden, niet zo ontvankelijk voor stemmingen. Maar helaas, mijn examenangst en mijn ergernis over een niet gehaald examen, voelt hij duidelijk en hij toont het ook. Na de eerste keer dat we zakten, waaraan, zoals meestal, ik schuldig was, heeft hij drie dagen lang met hangende kop rondgelopen. Ondertussen doe ik tweemaal per jaar met hem het examen om de nervositeit af te bouwen. En als ik warme handen heb en het trillen van mijn knieën onder controle, dan gaat het goed. Al is het niet altijd zo glorie rijk als in november 2002. Al met al is Aaron een geweldige hond. 2. Voorbeeld Nadat Aaron zich goed ontwikkeld had, groeide de wens om een tweede Beauceron aan te schaffen. Aangezien bij de eerste fokker alle puppies al besproken waren, heb ik rondgekeken naar een alternatief. Tijdens de zomervakantie bezochten we een fokker in België, bij wie juist puppies te vergeven waren. Wat ik zag, beviel me. De volwassen honden bewaakten zwaar in het begin, maar na een tijdje hadden we alle vijf zo'n beetje op schoot. De puppies waren vriendelijk en open, maar ook gecoupeerd. Daarom hebben we er geen genomen, maar een puppy uit het volgende nest gereserveerd. In het voorjaar van 2001 werd dan een nest geboren en vier weken later heb ik een keuze gemaakt. Aangezien Aaron niet een erg grote eter is, heb ik er één uitgezocht, die een gezonde eetlust aan de dag legde. Hij heeft zich bijzonder pittig door alle bakjes heengegeten. Een fout? Nou, dat weet ik zo net nog niet, maar Aias heeft voedernijd. Hij deelt niets eetbaars. Het heeft lang geduurt voor beide honden naast elkaar uit een bakstandaard konden eten. Aaron eet tegenwoordig zelfs iets sneller, omdat hij toch niet bereid is zijn deel aan de jonge spring in het veld af te geven. Van het begin af aan ontwikkelde zich bij Aias een heel ander karakter dan bij Aaron. Alhoewel de socialisering voor een deel beter werd gedaan, dan bij Aaron, onder meer met autorijden naar het volgende dorp tezamen met kleine uitstapjes, was Aias bij ons thuis zeer terughoudend. Buiten bij het wandelen was hij zeer angstig en was hij in het donker bang voor obstakels die plotseling opdoken. Vuilnisbakken en gele zakken gaven hem een vervelend gevoel. Hij heeft veel gehuild als men iets verder van hem wegging. Hij kwam dan meteen aangerend en wilde opgepakt worden. Zulk gedrag moet men negeren, en daarbij moet je dan steeds oppassen dat je niet op het kereltje trapt. Voorzichtig werd hij langs de hem angstaanjagende obstakels gevoerd. Aaron was daarbij een grote huko, want waar hij heen ging, volgde hij Aias na een tijdje ook. Het steeds aan je voeten kleven heeft echter ook het voordeel, dat Aias nu bij het terugroepen meestal de eerste is die terugkomt. Eigenlijk voert hij de meeste commando's sneller uit dan Aaron. Alleen het 'aan de voet' gaan bevalt hem helemaal niet. Hij heeft veel temperament, ik heb de indruk, meer dan Aaron op die leeftijd. De meeste tijd wil Aias liever spelen en hij laat zich zeer snel afleiden. Aaron legde zijn Gezelschapshondenexamen met 18 maanden af. Aias is nu 19 maanden en is daar nog ver van af. Hij vrij volgen is het grootste probleem, waaraan wij nog werken moeten. Ik maak me er geen grote zorgen over, omdat de Beauceron een laatbloeier is en ze zich ook bij het leren pas later zeker voelen bij de examens. Er zijn ook uitzonderingen, maar ze zijn zeldzaam. ![]() Aias is een hond, die zich niet zo maar door ieder mens laat aanraken, vooral niet als een hand van boven komt. Tegenover vreemden is hij terughoudend en hij heeft langer nodig om warme gevoelens voor ze te krijgen. Als hij ze echter in zijn hart gesloten heeft, dan worden ze overvriendelijk begroet en is het moeilijk hem van opspringen te weerhouden. Door het ouder worden en door de opvoeding neemt dit gedrag langzaam af. Dat is vooral duidelijk bij de aanwijsoefeningen met wisselende begeleiders. Kwam hij in het begin nog vaak naar mij terug, hij blijft nu vaker zelfstandig bij het slachtoffer en blaft nu ook met minder hulp. Hindernissen worden weliswaar voorzichtig, maar met meer vastberadenheid overwonnen. Aias heeft meer hoede-instinct dan Aaron, hij merkt het meteen als een deel van de familie ontbreekt. Hij heeft meer interesse voor de kinderen dan Aaron. Bij het wandelen zijn ze al eens met zijn allen in het struikgewas verdwenen, terwijl Aaron bij mij blijft. Ook voor schapen en paarden was hij niet bang, op de dijk steelt hij zelfs het gras uit de bek van de schapen. Met onze kater ziet men hem zelfs vaak in de tuin spelen. Die laat zich het een en ander welgevallen van Aias. Aaron heeft er als jonge hond heel wat schrammen aan over gehouden. Ook Aias heeft jachtinstinct in het bloed. In de roedel laat hij zich tot het vrolijke jagen op hazen aanzetten. Maar ik heb nog niet vastgesteld, dat hij er uit zichzelf mee begint. Als hij zich laat meeslepen, dan is hij ook sneller terug als hij wordt geroepen. De interesse is dan meestal voorbij. Er is nog iets bij Aias al vanaf het begin anders. Hij was nooit wagenziek. Mogelijk ligt het verschil daarin, of een pup al bij de fokker al dan niet is meegenomen in de auto. Aias is een enthousiast autorijder, altijd moet hij er als eerste in. We zouden hem eens kunnen vergeten! Het nadeel daarvan is helaas, dat Aias niet graag alleen thuis wil blijven. Als welp en als jonge hond heeft hij al geprobeerd ons huis geheel te verbouwen. Ondertussen gaat het, maar alleen als ook Aaron thuis blijft. Dus als ik midden in de nacht wordt opgeroepen voor een zoekactie, dan ben ik gedwongen hem mee te nemen. Hij zou anders de hele buurt bij elkaar blaffen. Ik denk niet, dat die daarover erg enthousiast zouden zijn. Dus moet Aias in de dienstauto wachten tot ik terugkom. Om zelf aan een zoekactie deel te nemen, moet Aias eerst zijn examen afleggen. ![]() Op het moment is Aias in de puberteit en dat is helaas nogal vermoeiend. In het begin was hij op de puppycursus zeer terughoudend en niet wild tegen de kleinere puppies of dominant tegen andere honden. Nu probeert hij uit alle macht zijn grenzen uit te testen, meestal bij ongeveer even oude vreemde reuen. Het gaat hierbij om de zogenaamde rangorde strijd, die nadat de tegenstander op zijn rug is gaan liggen, voorbij is. Toch is het een inspannende tijd, die hopelijk snel voorbij is. De Beauceron is een laatbloeier en Aias is er een goed voorbeeld van. In de groeiperiode heeft de Beauceron met ongeveer een jaar zijn definitieve hoogte bereikt, alhoewel de uitbouw van het lichaams nog langer nodig heeft. Over het algemeen duurt het tot drie jaar voor dit ras lichamelijk volwassen is, net zo lang heeft het karakter nodig. Op die leeftijd kan men dan zien wat de mens van zijn hond gemaakt heeft. Bij mijn honden heb ik verschillende fasen in de puberteit vastgesteld. Bij Aaron was dat doorlopend op de leeftijd van 6 en 9 maanden, met 15 maanden en na zijn castratie met 2,5 jaar. Bij Aias, die niet gecastreerd is, was de eerste aanval van puberteit met ongeveer 8 maanden, vervolgens pas weer met zijn huidige 19 maanden. ![]() Op het moment werken we vlijtig voor het examen Gezelschapshond: 26 april 2003 is de dag van de waarheid. Aias is nog steeds erg speels en laat zich gemakkelijk afleiden. Het los volgen is het grootste probleem, ook de heerlijkste brokjes zijn niet sterk genoeg, hij loopt steeds een stuk achter mij! Hij is anders toch zo gek op eten. "Spelen, spelen, spelen", zegt de trainster. "Probeer het met zijn bal! Als hij goed loopt, gooi dan de bal weg!" En ik zie dat het werkt. Maar hebben we nog tijd genoeg? De dag heeft gewoon te weinig uren en overdrijven mag men ook niet, anders gaat nog alles m is. Wij hebben het algemene examen voor Gezelschapshond op de zaterdag voor Pasen afgelegd. Wij waren als laatste paar aan de beurt. Het was koud en erg winderig. Aias moest als eerste afliggen. Het zweet brak me uit. Zou hij bij het schot blijven liggen? We hadden het alleen geoefend als de Hondenbegeleider in de buurt bleef staan om geen risico te lopen. Alles gaat goed. Aias ligt en ligt. Het schot valt, er gebeurt niets. Het tweede schot: hij blijft liggen. Opluchting komt over me. Nu gaat alles goed, dacht ik! De andere Hondenbegeleider roept haar hond op zijn plaats met een luid: "Hier, af". Aias springt op en komt naar me toe. Fout!!! Wat een ergernis, maar niets aan te veranderen. Nu zijn wij aan de beurt. We beginnen te lopen, het lopen aan de lijn gaat zoals altijd heel goed, ook de groep. Hij blijft weliswaar een beetje achter, maar dat is niet zo erg. Dan het los volgen, al de eerste meters merk ik, dat Aias achter me looft en aan mijn zak knabbelt. Hij zoekt zijn bal en als hij die niet vindt, blijft hij achter. Hij loopt links, hij loopt rechts en zoekt en zoekt. Van concentratie is helaas niets meer te merken. We lopen de proef toch helemaal uit om de andere hond de tijd om af te liggen te geven. Maar mijn is het duidelijk: Dit was het voor dit voorjaar. We zullen het in de herfst opnieuw proberen. Wellicht is Aias dan een beetje rijper geworden. Hoe het verder gaat, moeten we afwachten en we zullen er hier dan over berichten. |
||
|
© 2007 by Manuela Schmidt mailto: manuela at berger-de-beauce dot net |